Beeldende Vorming

In de onderbouw krijgen alle leerlingen het vak beeldende vorming. Als uitgangspunt voor de opdrachten gebruiken we verschillende thema’s. Bij elke opdracht doe je onderzoek en leer je met telkens andere materialen en technieken te werken.

In de bovenbouw van zowel mavo, havo als vwo kun je als vervolg op beeldende vorming het vak tekenen als examenvak kiezen. Het eindexamenvak tekenen bestaat uit twee delen:

  • praktijk (maken van werkstukken)
  • theorie (kunstgeschiedenis)


Lesprogramma


Onderbouw

Het vak beeldende vorming wordt gegeven in klas 1 t/m 3. Als methode gebruiken we het boek ‘Arti’. In dit boek wordt aan de hand van thema’s veel over kunst, kunstenaars en hun manier van werken verteld. Wij gebruiken de hoofdstukken als uitgangspunt voor onze opdrachten. Bij elke opdracht komen meerdere begrippen en technieken aan bod. De uitvoering van de opdrachten gaat volgens een stappenplan:

  • Onderzoek (zoeken van plaatmateriaal, materialen, bestuderen van voorbeelden)
  • Ontwerpen (maken van ontwerptekeningen, proefjes);
  • Uitvoeren (van werktekening tot en met eindresultaat);
  • Reflectie (beschouwing van het eindresultaat a/d hand van gerichte vragen)

Over elk hoofdstuk wordt een schriftelijke toets gegeven.


Bovenbouw
Op de mavo, havo en het vwo kunnen leerlingen in de bovenbouw tekenen als examenvak kiezen. Het examen bestaat naast een School Examen uit een Centraal Schriftelijk Eindexamen (CSE) en een Centraal Praktisch Eindexamen (CPE). De havo heeft naast een School Examen echter alleen een Centraal Schriftelijk Eindexamen.

Het vak tekenen bestaat uit twee onderdelen die in ongeveer gelijke hoeveelheden aan bod komen:

  • Tijdens de praktijklessen maak je werkstukken. Je leert ideeën te uiten en te visualiseren en je leert materialen naar eigen hand te zetten.
  • De theorielessen gaan het over kunstgeschiedenis. Je maakt een reis langs de verschillende kunststijlen vanaf de Grieken/Romeinen via de Gotiek/Renaissance/Barok naar de kunst uit de 20e eeuw.

Bij zowel theorie als praktijk onderzoeken de leerlingen beeldende aspecten zoals o.a. kleurenleer, licht/donkercontrasten, ruimte, compositie, vorm en lijn, textuur, materiaal en technieken. De leerlingen kunnen deze enerzijds herkennen in werk van anderen en anderzijds ook herkennen en hanteren in hun eigen werk.

Tijdens de lessen werken we bij de havo en het vwo met het boek ‘Kunst op Niveau’. Bij de mavo gebruiken we het boek ‘Zienderogen Kunst’.


Docentenbevo-a

Mw. I. Hairwassers
Mw. S. Holwerda
Mw. N. Voogt
Mw. drs. E.I. Vos
Dhr. E. van Vugt