Scheikunde

Scheikunde is een synoniem voor het woord chemie. Iemand die met het vak scheikunde werkt wordt scheikundige of chemicus (meervoud: chemici) genoemd.

Chemici houden zich bezig met het mengen, het maken en het bestuderen van stoffen. In vroegere tijden, toen de mens nog vooral aan het ontdekken was waaruit de verschillende stoffen om ons heen bestaan, hield men zich meer bezig met het mengen van stoffen. Zo werd er in de alchemie geëxperimenteerd met het mengen van verschillende stoffen, o.a. bij het zoeken naar de mogelijkheid om goud te maken.

Chemie is overal om je heen. De lucht, de muren, de aarde en het water zijn voorbeelden van scheikunde. Jijzelf bent ook een chemisch fabriekje. Door het ademen en het verteren is jouw lichaam de hele dag stoffen aan het maken en aan het afbreken. Ook het bereiden van voedsel en het verbranden van de brandstoffen in auto’s is chemie.

Op de middelbare school (mavo, havo, vwo) maak je als leerling voor het eerst kennis met echte chemie. De enthousiaste docenten van het HLW brengen je, met liefde voor het vak, de beginselen van de scheikunde bij. Daarbij is steeds veel aandacht voor de kennismaking met praktische laboratoriumvaardigheden.
Chemie-onderwijs is een kwestie van leren, maar ook van ervaren. Op deze school word je opgeleid voor (leidinggevende) banen in chemische fabrieken, laboratoria of adviesbureaus. Ben je in de ban geraakt van het vak scheikunde, dan kun je na het halen van jouw diploma ook verder naar het MBO, het HBO of de universiteit. Daar leer je verder om zelf gespecialiseerd in chemie te raken, of voor een andere baan waar chemische deskundigheid van belang is. Als milieuspecialist bijvoorbeeld, of wetenschapsjournalist.

Lesprogramma
Scheikunde is een natuurwetenschap. Scheikunde houdt zich bezig met de stoffen die in de natuur voorkomen. Door middel van theorie en practicum onderzoeken leerling in de scheikundeles de eigenschappen van die stoffen en hoe die stoffen met elkaar reageren. Daarom worden de scheikundelessen gegeven in practicumlokalen met alle benodigde materialen en veiligheidsmiddelen.

Onderbouw havo/vwo
Leerlingen beginnen met scheikunde in de derde klas. Scheikunde heeft altijd te maken met stoffen. De lessen starten simpel met stoffen in de omgeving, zoals water, olie en zout. De leerlingen doen hierover veel proeven om practicumvaardigheden op te doen en om de eerste beginselen van de scheikunde te leren kennen. Verder krijgen zij de elementen en hun symbolen en het schrijven van de stofnamen in formuletaal. Ook leren ze rekenen aan chemische reacties en het opstellen van reactievergelijkingen. Ten slotte maken zij kennis met de manier waarop in de industrie stoffen worden gemaakt en ontleed.

 

Bovenbouw havo/vwo
Vanaf het vierde jaar wordt de lesstof bij scheikunde uitgebreider. Leerlingen leren meer over atomen, elektronen en ionen, het periodiek systeem en zouten. Het rekenwerk wordt iets ingewikkelder met berekeningen van concentraties (molariteit). Het bestuderen van energie-effecten en energiediagrammen van chemische reacties is ook onderdeel van de lesstof. In het vijfde en zesde jaar gaan de leerlingen aan de slag met de moeilijkere concepten uit de scheikunde. Onderwerpen zijn zuren en basen, redoxreacties, macromoleculen en analysemethoden.

 

Methoden
In de derde klas gebruiken we ‘Chemie Overal’, zowel voor de havo als het vwo.
In de bovenbouw van de havo en vwo wordt ‘Chemie Overal’ gebruikt.

 

Lessentabel
Havo-Vwo
Scheikunde is verplicht in het derde jaar voor alle klassen havo/vwo. Daarna is scheikunde een verplicht vak in de twee natuurprofielen die een leerling in de bovenbouw kan kiezen (Natuur & Gezondheid en Natuur & Techniek).

Aantal lesuren havo/vwo:
3 havo: 1,5 uur, 4 havo: 2 uur, 5 havo: 3 uur
3 vwo: 1,5 uur, 4 vwo: 2 uur. 5 vwo: 3 uur, 6 vwo: 2 uur

Mavo
In de 3e en 4e-klas is scheikunde (NaSk 2) een keuze vak. In de mavo wordt de methode ‘Nova, Nask2-scheikunde’ gebruikt.
In de 3e klas worden de volgende onderwerpen behandeld: eigenschappen van stoffen, chemische reacties, verbrandingen en scheidingsmethoden.
In de 4e klas worden kunststoffen zouten, metalen en zuren en basen behandeld. De berekeningen zijn nu iets ingewikkelder.

Aantal lesuren mavo:
3 mavo: 2 uur, 4 mavo: 2,5 uur

 

Docenten
Mevr. L. Huijbers
Dhr. J. F. Scholte