Aya en Nassim klappen uit de school

Maandag 24 augustus, 10.30 uur. Vijftien aankomende leraren in de moderne talen zoeken schroomvallig een plekje in collegezaal A307.
De aankomende docenten kijken om zich heen. Een praatje maken met de buurman of buurvrouw is vrijwel onmogelijk door de ruime afstand die men dient te bewaren. Genoeg tijd dus om hun verwachtingen en angsten eens de revue te laten passeren. Had ik niet beter de journalistieke master kunnen gaan doen? Waarom wilde ik ook alweer met kinderen werken? Wat als ik straks gillend de klas uitren?

Yke en Wim, docenten aan de lerarenopleiding, onderbreken de overpeinzingen van de studenten met een welkomstwoord. Vervolgens storten ze een karrenvracht aan vakken, roosters, locaties en boektitels over de toehoorders uit. Er wordt driftig meegeschreven, er wordt getypt, er worden foto’s gemaakt van de vele overzichten en tabellen die op het bord geprojecteerd worden. Eén van de aanwezigen geeft echter geen sjoege. Ze zit op de voorste rij en kijkt voor zich uit. Stoïcijns – of gespannen? Af en toe kijkt ze opzij, naar haar docent Menno, die tien stoelen verder op dezelfde rij zit. Haar naam is Aya en ze is vwo-leerlinge op het HLW. Samen met Nassim, die in de zesde van het vwo zit, is ze uitgenodigd voor wat the main event van dit college heet te zijn: een meet & greet, een Q&A, een vraaggesprek tussen de nieuwbakken leerkrachten en ‘echte’ leerlingen. Nassim is echter nog niet gearriveerd; hij laat zich door zijn moeder door het Amsterdamse verkeer richting Buitenveldert chaufferen. Een misverstandje over het tijdstip. Dat hoort ook bij het onderwijs.

Na een ruim uur luisteren krijgen de studenten een halfuurtje koffiepauze. Nassim is inmiddels heelhuids aangekomen en beide leerlingen maken

kennis met de docenten van de VU en krijgen een centraal plekje in de zaal aangewezen. Het wachten is nu op de leraren-in-opleiding, die na een academisch kwartiertje, voorzien van koffie, weer plaatsnemen.

Docente Yke geeft het startschot met een vrij algemene vraag aan de leerlingen van het HLW: wat maakt iemand tot een goede docent? Aya denkt even na, en geeft aan dat het gaat om persoonlijke aandacht en écht contact. Een goede leraar denkt met leerlingen mee, weet wat er leeft, houdt rekening met ze. Nassim beaamt dit. Een goede band is goud waard. Daarnaast weet een leraar veel van zijn (haar) vak en kan het overbrengen. Een goede docent weet hoe hij het vak leuk kan maken voor leerlingen. De vraag van docent Wim of dergelijke docenten op het Hervormd Lyceum West voor de klas staan, beantwoordt Nassim met een luid en duidelijk: ‘Absoluut.’ Aya voegt hier nog aan toe dat je het natuurlijk met de een op persoonlijk niveau beter kunt vinden dan met de ander; met al haar docenten heeft ze echter prettig contact.

Ook over de eigenschappen en (gebrek aan) vaardigheden van een minder goede docent zijn ze het eens.

Negativiteit, desinteresse, ‘lesjes afdraaien’, alleen geïnteresseerd in cijfers – een leraar die dergelijk gedrag vertoont hebben Aya en Nassim liever niet voor hun neus. En, zonder dat het gevraagd wordt, geven ze aan dat zij zulke docenten gelukkig niet hebben op het HLW.

De aankomende leraren vragen de leerlingen vervolgens het hemd van het lijf. Hoe moet je eigenlijk orde houden? “Duidelijk aangeven wat je wil en grenzen stellen.” Wanneer moet je iemand eruit sturen? “Als je het niet meer met woorden op kunt lossen.” Hoeveel moet je als docent over jezelf vertellen? “Dat moet je aanvoelen, het verschilt per klas.’ Veel vragen van de studenten gaan over tucht en discipline, onderwerpen die door Aya en Nassim uit zichzelf eigenlijk niet worden aangesneden.

Het laatste deel van de vragenronde is meer vakspecifiek van aard: de didactiek van de moderne talen en de mening van de leerlingen hierover.

Het zou te ver voeren om alle vragen en antwoorden hier weer te geven. Vermeldenswaardig is de opmerking van Nassim dat hij absoluut geen lezer is, en nooit zal worden, maar dat hij geen spijt heeft dat hij Max Havelaar gelezen heeft (“Best een interessant boek”). De neerlandici in de zaal knikken instemmend.

De vragen zijn gesteld, de antwoorden zijn gegeven, de nieuwe docenten zijn enigszins gerustgesteld. De leerlingen blijken niet de monsters waarover ze (wellicht) gelezen en gehoord hebben. Aya en Nassim worden hartelijk bedankt en nemen onder luid applaus een boekenbon in ontvangst. De vertegenwoordigers van het HLW lopen gedrieën de zaal uit, het labyrint in dat de Medische Faculteit van de VU is, in de wetenschap dat hun school er weer goed op staat bij een nieuwe generatie docenten.

Menno Anbeek